De visitator op visite

VisitatorOp 22 mei vond in het buurtcentrum een voorlichtings bijeenkomst plaats betreffende de visitaties van de Sociale Huisvestings Maatschappijen. Er zaten ongeveer veertig mensen in de zaal. Een handvol mensen van Samenlevingsopbouw, een groepje afgevaardigden van Gensh, medewerkers van schepen Tom Balthazar en een paar sociale huurders. Het onderwerp leeft niet erg in de wijk. Luc Joos, een van de visitators legde omstandig uit hoe de visitatieraad- en commissie zijn samengesteld. Opvallend daarbij is dat beide uitsluitend uit Belgen bestaan. Er zit niet één lid in van Turkse of Marokkaanse afkomst, hoewel die toch ook een groot deel uitmaken van onze samenleving. De doorlichting van een SHM neemt in totaal tien maanden in beslag, drie maanden voorbereidend werk en zeven maanden om de vaststellingen te analyseren en in rapporten te verwerken. Elk SHM krijgt één van de volgende vier labels opgeplakt ‘uitstekend, ‘goed’, ‘voor verbetering vatbaar’ of ‘slecht’. De SHM’s worden vooral beoordeeld op het hebben van dubbele beglazing, dakisolatie en een energiezuinige verwarmingsinstallatie. Daarnaast worden er gesprekken gevoerd met instellingen als OCMW, Sociale Verhuur Kantoren en CAW. Daar komen zaken als de huurprijs, de beschikbaarheid, de ligging en de klantvriendelijkheid aan de orde. De woningen zelf worden niet bezocht. De huurders of huurdersgroepen worden ook bij de visitatie betrokken. De voorzitter van de commissie bepaalt hoe en waar dit gebeurt. Vaak vinden deze gesprekken plaats op de hoofdzetel van het SHM, hetgeen voor bejaarden en invaliden voor problemen kan zorgen. Ook voor anderstaligen zal het niet evident zijn om te participeren. In totaal zijn er 26 visitaties gepland. Gisteren las ik in de krant dat één SHM bijzonder slecht scoorde, 17 onvoldoendes op een totaal van 22. Ze hebben teveel vaste medewerkers in dienst, financieel is het een zootje… Toch verklaart minister Freya Van den Bossche dat het nog te vroeg is om in te grijpen. Ze wil wachten tot alle SHM’s gevisiteerd zijn. In Vilvoorde is men pas in gang geschoten toen een klokkenluider de financiële wantoestanden bekend heeft gemaakt. Nu probeert men te redden wat er nog te redden valt. In Charleroi zijn er zelfs doden gevallen omdat niet aan de meest elementaire veiligheidseisen, zoals het plaatsen en onderhouden van brandblusapparaten was voldaan. Onbegrijpelijk dat, waar nodig, niet onmiddellijk wordt ingegrepen. Een externe financieel adviseur, een aantal nieuwe bekwame bestuursleden, zulke wijzigingen moeten toch op korte termijn gerealiseerd kunnen worden.

Reacties zijn gesloten.